Posts tonen met het label wereldtentoonstelling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereldtentoonstelling. Alle posts tonen

maandag 1 oktober 2012

Plaça d’Espanya

Wie per bus of taxi van de luchthaven naar het centrum van Barcelona rijdt, komt bij het binnenrijden van de stad eerst Plaça d’Espanya tegen. Dit plein is niet alleen een belangrijk verkeersknooppunt maar er bevinden zich in de buurt ook tal van bezienswaardigheden.

Plaça Espanya

Plaça d’Espanya werd aangelegd op een plaats waar tot 1715 galgen hadden gestaan voor publieke ophangingen. Het plein kwam er ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1929 en is deels gebaseerd op het Sint-Pietersplein in Rome. De twee torens die er staan zijn geïnspireerd op een klokkentoren van het San Marcoplein in Venetië.

Met 34.000 m2 is het het tweede grootste plein van Spanje, na Plaza de España in Madrid. Op dit punt komen verschillende wegen samen waaronder Gran Via de les Corts Catalanes, Avinguda del Paral•lel en Avinguda de la Reina Maria Cristina. Ondergronds liggen stations van metrolijnen L1 en L3 en van de Catalaanse spoorwegen.

Het was de architect Ildefons Cerdà die in zijn plannen voor de stadsuitbreiding van Barcelona in de tweede helft van de 19de eeuw een plein voorzag dat de verbinding zou moeten worden tussen het centrum van de stad en naburige gemeenten. Josep Amargós tekende uiteindelijk de plannen voor de urbanisatie van de plek in 1915 maar het waren Josep Puig i Cadafalch en Guillem Busquets die de werken kregen toegewezen. Vanaf 1926 zette Antoni Darder de opdracht verder.

Rond het plein werden de hotels voor de Wereldtentoonstelling gebouwd. Daarvan bleef echter maar één gebouw tot op de dag van vandaag overeind, namelijk op de hoek van Gran Via en Carrer de la Creu Coberta, waar nu een school en onderwijsinstelling van de stad Barcelona gevestigd zijn.

Temidden van het plein staat een monumentale fontein ontworpen door Josep Maria Jujol en met beeldhouwwerken van Miquel Blay en Miquel en Llucià Oslé. De klassieke fontein is een poëtische voorstelling van Spanje. In de drie niches in het midden van de fontein worden de rivieren voorgesteld die uitmonden in de zeeën rond de Iberische schiereiland: de Ebro die uitmondt in de Middellandse Zee, de Guadalquivir en de Taag die lopen tot in de Atlantische Oceaan, en verschillende rivieren die uitmonden in de Cantabrische Zee in het noorden van Spanje.

Rond het centrale deel van het bouwsel staan drie zuilen met afbeeldingen die Godsdienst, Heldenmoed en de Kunsten weergeven. Bovenop staat een vlammenbrander in brons omringd door drie beeldhouwwerken die de Romeinse godin Victoria uitbeelden (wat verwijst naar Overwinningen). Op de hoeken van de fonteinvijver staan allegorische figuren gerelateerd aan het water: de Overvloed, de Volksgezondheid en het Vissen en het Varen.

Rond Plaça d’Espanya ligt het complex Fira de Barcelona waar vak- en publieksbeurzen georganiseerd worden. Daarnaast bevindt zich de Avinguda de la Reina Maria Cristina die leidt naar de Magische Fontein van Montjuïc en het Museu Nacional d’Art de Catalunya. Aan de overkant van de rotonde staat het winkelcentrum Las Arenas, dat ondergebracht is in een voormalige stierenvechtarena.

Oorspronkelijk stonden er aan het einde van de Avinguda de la Reina Maria Cristina vier hoge zuilen, ontworpen door Puig i Cadafalch, die verwezen naar de vier rode strepen op de Catalaanse vlag. Dictator Primo de Rivera gaf in 1928 echter het bevel om deze pilaren af te breken omdat ze symbool stonden voor het Catalanisme. In 2010 bouwde men de zuilen opnieuw op en in februari 2011 werden ze officieel ingehuldigd.

maandag 24 september 2012

Kasteel met de Drie Draken

In het Parc de la Cuitadella staat een modernistisch gebouw dat geconstrueerd werd in 1887-1888. Het ontwerp is van de hand van de architect Lluís Domènech i Montaner. Het paviljoen diende oorspronkelijk als café-restaurant voor de Wereldtentoonstelling van 1888. Het gebouw wordt Castell dels Tres Dragons genoemd, wat Kasteel met de Drie Draken betekent.

Castell Tres Dragons

Het Castell dels Tres Dragons was één van de voornaamste paviljoenen van de Wereldtentoonstelling. Echter, door een vertraging tijdens de werken en een onenigheid tussen de architect en de uitbater van het café moest op het laatste moment de leiding van het project nog overgedragen worden aan Josep Forteza. Deze werkte het gebouw af in augustus 1888, kort voor de aanvang van de Wereldtentoonstelling.

Het Castell dels Tres Dragons is nagenoeg vierkant, beschikt over vier torens in de hoeken en bestaat voornamelijk uit baksteen en gelamineerd ijzer. Bovenop het gebouw staan kantelen. Op de bovenkant van de gevels kun je keramische decoratie zien met blauwe tekeningen op een witte achtergrond. Hierop worden dieren, planten en diverse dranken afgebeeld. Oorspronkelijk waren er ook een aantal gebrandschilderde glazen. De grootste ervan bevond zich aan de hoofdgevel. Deze werd echter vernield tijdens een bombardement in de Spaanse burgeroorlog.

Na afloop van de Wereldtentoonstelling bleef het pand leeg staan, tot in 1891 de burgemeester van Barcelona aan Domènech i Montaner vroeg om het gebouw zodanig aan te passen dat er een geschiedkundig museum in gehuisvest kon worden. Tijdens de werken veranderde men onder andere het interieur. In 1892 werd het gebouw voorlopig in gebruik genomen om er de 400ste verjaardag van de ontdekking van Amerika te kunnen vieren.

Vanaf 1920 gaf het gebouw onderdak aan de Museu de Zoologia de Barcelona, een onderdeel van een netwerk van vier musea voor natuurwetenschappen in de stad. In 2010 werden een groot deel van de collectie overgebracht naar het nieuwe Museu Blau, dat in maart 2011 werd ingehuldigd. Het Castell dels Tres Dragons werd omgevormd tot wetenschappelijke zetel van het museum met laboratoria en studieruimten.

vrijdag 27 april 2012

Wereldtentoonstelling van 1929

De wereldtentoonstelling van 1888 in Barcelona kende een groot succes. Het voornemen rond de eeuwwisseling om de stad verder uit te breiden leidde dan ook al snel tot de idee om dit initiatief te herhalen. In 1905 introduceerde de architect Josep Puig i Cadafalch officieel een voorstel voor een nieuwe wereldtentoonstelling in Barcelona. Oorspronkelijk was het de bedoeling om deze expositie te houden op terreinen aan de noordoostelijke kant van de stad, in de buurt van de rivier Besòs, maar in 1913 werd beslist om ze te organiseren op de heuvel van Montjuïc, in de omgeving van de Plaça d’Espanya.

Wereldtentoonstelling 1929
De opening van de tentoonstelling was voorzien voor 1917 maar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zorgde voor uitstel. De werken aan de wereldtentoonstelling waren zo goed als klaar in 1923 maar het installeren in Spanje van de dictatuur van Miguel Primo de Rivera zorgde opnieuw voor vertraging.

Uiteindelijk werd de expositie officieel geopend op 20 mei 1929 in het bijzijn van koning Alfons XIII en Primo de Rivera. De crash van de beurs van New York op 29 oktober van datzelfde jaar zorgde voor een zoveelste tegenslag, in het bijzonder het aantal bezoekers van deze wereldtentoonstelling had hieronder te lijden.

Toen de plannen voor deze wereldtentoonstelling gemaakt waren, bezat de stad Barcelona nog maar 14% van het 118 hectare grote terrein dat voorzien was in het ontwerp. Het was aldus nodig om een groot aantal eigendommen te onteigenen om de plannen van Puig i Cadafalch te kunnen verwezenlijken.

De nieuwe gebouwen voor de expositie werden ondermeer ontworpen door Puig i Cadafalch, Lluís Domènech i Montaner, Enric Sagnier en August Font. Tussen de belangrijkste constructies bevonden zich het Palau Nacional, het Olympisch Stadion, de Magische Fontein, het Teatre Grec en Poble Espanyol. In tegenstelling tot de wereldtentoonstelling van 1888 bleven van deze expositie de meeste gebouwen nadien wel overeind staan.

Bij de 20 Europese landen die officieel deelnamen aan de expositie waren ondermeer België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Noorwegen, Roemenië en Zwitserland. Daarnaast waren er ook private deelnemers uit Japan en Noord-Amerika.

Op deze wereldtentoonstelling kwamen uiteenlopende architectonische stijlen aan bod, ondermeer het noucentisme, een eerder klassieke bouwstijl die in Catalonië geleidelijk aan het modernisme had vervangen. Aan de hand van de expositie werden in Spanje ook een aantal avant-gardistische stromingen geïntroduceerd zoals het rationalisme, waarvan het Paviljoen van Duitsland ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe het toonbeeld was.

De expositie die 130 miljoen peseta’s had gekost, kende niet het succes van de wereldtentoonstelling van 1888 maar gaf Barcelona wel opnieuw heel wat internationale faam. De wereldtentoonstelling zorgde ook voor een verdere stedenbouwkundige ontwikkeling van Barcelona. Zo werden er in de stad publieke toiletten geïnstalleerd, stapte men over van straatverlichting op gas naar verlichting met elektriciteit en werden er tal van bestaande gebouwen gerenoveerd, zoals het stadhuis aan de Plaça de Sant Jaume.

donderdag 8 maart 2012

Wereldtentoonstelling van 1888

Van 8 april tot 9 december 1888 werd voor de eerste keer in Barcelona een wereldtentoonstelling georganiseerd. In die tijd telde Barcelona 530.000 inwoners en was het de tweede belangrijkste stad van Spanje op politiek gebied en de belangrijkste op industrieel vlak. Sinds de allereerste wereldtentoonstelling van 1855 in Parijs waren deze exposities uitgegroeid tot één van de belangrijkste politieke, economische en sociale evenementen op wereldniveau.

Wereldtentoonstelling 1888
De wereldtentoonstelling van 1888 moest de economie en handel stimuleren nadat de industrie sinds enige tijd aan kracht had verloren door het verlies van een aantal voormalige Spaanse kolonies. Het voornaamste doel van de tentoonstelling was de export te promoten, voornamelijk naar de andere Europese landen.

De wereldtentoonstelling werd officieel ingehuldigd op 20 mei 1888 in het toen recent gebouwde Palau de Belles Arts. Tijdens de periode dat de expositie duurde, kwamen er 400.000 bezoekers van over de hele wereld. Dit succes zorgde voor een impuls van de plaatselijke industrie zoals die nog nooit eerder in Spanje was gezien.

De expositie vond plaats op een terrein van 389.000 m2, vanaf het Parc de la Ciutadella tot aan de wijk Barceloneta. De Arc de Triomf, een realisatie van de architect Josep Vilaseca, werd speciaal voor de gelegenheid opgetrokken als toegangspoort voor de wereldtentoonstelling. Het is nog één van de weinige gebouwen van de tentoonstelling die nog rechtop staan. Het belangrijkste paviljoen van de expositie was het Palau de la Indústria met een oppervlakte van 70.000 m2. In 1930 werd dit gebouw afgebroken en nu bevindt zich op die plek de Zoo van Barcelona.

Daarnaast werd naar aanleiding van de wereldtentoonstelling de wegeninfrastructuur in Barcelona sterk verbeterd. Er werden ook een nieuwe residentiële zone aangelegd en een aantal belangrijke werken voltooid zoals het standbeeld van Columbus en de boulevard met dezelfde naam, het Palau de Justícia, de overdekte markt van El Born en een pier in de haven met de naam Moll de la Fusta.

Naar verluidt stelde een Franse architect, Gustave Eiffel, aan de organisatoren van de wereldtentoonstelling ook voor om een ijzeren toren te bouwen. Dit project ging echter niet door omdat het te “extravagant” was. Het volgende jaar zou deze toren vooralsnog het daglicht zien, op de wereldtentoonstelling van Parijs. In principe zou deze toren na de expositie afgebroken worden maar na publiek protest bleef deze toren overeind. Aldoende staat de Eiffeltoren er nu nog steeds en is hij ondertussen uitgegroeid tot hét symbool van Parijs. Het had ook het symbool van Barcelona kunnen zijn…