woensdag 23 november 2011

6 hedendaagse kunst-collecties met 1 ticket

In mijn blog heb ik het regelmatig over voordeeltickets waarmee je op een prijsbewuste manier musea en ander bezienswaardigheden in Barcelona kunt bezoeken. Deze keer wil ik graag een ticket voorstellen waarmee je zes verschillende privécollecties kunt bekijken van stichtingen die zich bezighouden met hedendaagse kunst: het Artcoticket.

Artcoticket
Met dit Artcoticket krijg je toegang tot de volgende musea:

- Fundació Alorda Derksen (Carrer d’Aragó, 314): collectie nationale en internationale hedendaagse kunstwerken van ondermeer Jaume Plensa, Gabriel Orozco, Damien Hurst, Takashi Murakami en Anish Kapoor.

- Fundació de les Arts i els Artistes (Carrer de la Barra de Ferro, 5): dit museum bevindt zich in een renaissancistisch gebouw, het Palau Gomis. Je vindt er schilderijen en beeldhouwwerken van hedendaagse internationale artiesten.

- Fundació Foto Colectania (Carrer de Julián Romea, 6): deze stichting beschikt over 2.500 foto’s van zo een 60 Spaanse en Portugese fotografen, vanaf 1950 tot vandaag, ondermeer van Joan Colom, Alberto García-Alix, Helena Almeida en Paco Gómez.

- Fundació Francisco Godia (Carrer de la Diputació, 250): stichting gespecialiseerd in Hispanische keramiek en andere kunst vanaf de 12de eeuw tot heden. Elk jaar wordt de collectie uitgebreid met 21ste-eeuwse werken.

- Fundació Suñol (Passeig de Gràcia, 98): meer dan 1.200 hedendaagse kunstwerken van artiesten zoals Andy Warhol, Miquel Barceló, José Manuel Broto, Christo, Jean Arp, Lucio Fontana, Antoni Tàpies en Man Ray.

- Fundació Vila Casas (Carrer de Roc Boronat, 116-126 en Carrer d'Ausiàs Marc, 22): de collectie met schilderkunst bevindt zich in Can Framis, een oude textielfabriek uit het begin van de negentiende eeuw die werd gerenoveerd in het kader van de aanleg van de nieuwe buurt 22@ vlakbij de Torre Agbar. In de Espacios Volart, in de wijk Eixample, organiseert deze stichting tijdelijke tentoonstellingen.

Een Artcoticket kost 15 euro en biedt aldus een korting van bijna 50% als je alle toegangsprijzen van deze musea apart optelt. Als je het ticket bestelt via de website van de Toeristische Dienst van Barcelona geniet je nog een korting van 5% en kost het Artcoticket dus 14,25 euro.

De geldigheidsduur van het ticket is één jaar vanaf de datum van aankoop.

zondag 20 november 2011

Casa Vicens

Het eerste belangrijke project van de Catalaanse architect Antoni Gaudí was het Casa Vicens. Hij begon met de bouw van dit huis in modernistische stijl in het jaar 1883 en gaf hierbij blijk van zijn grote verbeeldingskracht. Het ligt in de Carrer de les Carolines nr 24, in de wijk Gràcia. Het gebouw, dat bedoeld was als zomerhuis, werd geconstrueerd in opdracht van de welgestelde eigenaar van een keramiekfabriek, Manuel Vicens i Montaner. Dat wordt geïllustreerd door de gevel die uitbundig gedecoreerd is met keramiektegels.

Casa Vicens
Gaudí kreeg de opdracht voor dit project in 1878 nadat Vicens i Montaner een terrein had geërfd van zijn moeder Rosa Montaner. Hij legde in 1883 zijn ontwerp voor aan het gemeentebestuur van Gràcia, wat toen nog een gemeente was onafhankelijk van Barcelona. In datzelfde jaar kreeg Gaudí de bouwvergunning en startten de werken. De constructie zou duren tot 1888, omwille van een aantal opschortingen van de werkzaamheden die te wijten waren aan gebrek aan geld.

Het Casa Vicens bestaat uit vier niveau’s: een (wijn)kelder, twee verdiepingen als woonst en een bovenverdieping met zolderkamers bedoeld voor het personeel. Gaudí bouwde het huis tegen de muur van een klooster aan en slaagde er zo in een ruime tuin mogelijk te maken. Aan de ene kant van de tuin plaatste hij een grote fontein in baksteen. In 1946 werd deze afgebroken toen dat deel van het terrein verkocht werd.

Het ontwerp van dit gebouw dateert van Gaudí’s beginperiode en getuigt van een zeer eenvoudige architectuur, waarbij rechte lijnen de voorkeur kregen op bogen. De gebruikte stijlen zijn heel divers. De gelijkvloerse en eerste verdieping zijn gebouwd in voornamelijk Spaanse traditionele stijl en de bovenverdieping in Arabische mudejarstijl. Hierbij maakte Gaudí dankbaar gebruik van het product dat de opdrachtgever verhandelde: keramiek.

Antoni Gaudí werd geïnspireerd door de planten die op het terrein groeiden. Dit kwam ondermeer tot uiting in de palmen die te zien zijn in het smeedijzeren hek en in de afrikaantjes die gebruikt werden bij de versiering van de keramiek op de gevel.

In het jaar 1925 realiseerde de architect Joan Baptista Serra Martínez een renovatie en uitbreiding van het gebouw, ten koste van de tuin. Voor deze werken ontving hij in 1927 de prijs van een jaarlijkse wedstrijd voor artistieke gebouwen, die werd toegekend door de stad Barcelona.

Het Casa Vicens is privé-eigendom en daarom kan het binnenin spijtig genoeg niet bezocht worden. Momenteel doet het dienst als woonhuis en kantoor. Sinds 2007 staat het trouwens te koop. Momenteel bedraagt de vraagprijs 30 miljoen euro. Geïnteresseerd? Kijk dan even op de speciale verkoopwebsite van Casa Vicens.

donderdag 17 november 2011

Unieke tentoonstelling van Joan Miró

Sinds half oktober en nog tot 18 maart 2012 kun je in de Fundació Joan Miró te Barcelona gaan kijken naar “Joan Miró. L’escala de l’evasió” wat in het Nederlands “Joan Miró. De trap van de ontduiking” betekent.

Tentoonstelling Miró
Na 300.000 bezoekers te hebben ontvangen in het Tate Modern te Londen, is deze expositie nu dus te bewonderen in Barcelona. De tentoonstelling bestaat uit meer dan 170 werken waaronder beeldhouwwerken, schilderijen en kunstwerken in papier, afkomstig van privé en publieke collecties van over de hele wereld.

De kunstwerken worden chronologisch gepresenteerd in diverse zalen. De tour begint met werken die de band van Miró met zijn geboorteplaats Catalonië duidelijk maken. In de volgende zaal hangen schilderijen die de kunstenaar maakte tijdens zijn verblijf in Parijs, hoewel hij toen ook tussendoor in Catalonië woonde.

In het centrale deel van de expositie ben je getuige van het drama van de Tweede Wereldoorlog en de Spaanse burgeroorlog (1936-39). Het einde van de burgeroorlog betekende niet de terugkeer van de vrijheid. De dictatuur van Franco die toen werd geïnstalleerd betekende voor Joan Miró een tijdperk van wanhoop, wat hij benadrukte door zijn kleurgebruik en de stelligheid van de titels van zijn werken.

In de jaren 50 sloeg de kunstenaar een andere richting in. In 1956 verhuisde hij naar Palma de Mallorca en begon zich te interesseren voor keramiek en beeldhouwkunst. Het grote triptiek Azul uit 1961 schilderde Miró nadat hij in New York kennis had gemaakt met het abstracte Amerikaanse expressionisme. Tijdens deze periode drukte hij ook zijn bewondering uit voor de Zen-filosofie en de kunst uit het Verre Oosten.

Tot slot, in de laatste zaal van de tentoonstelling wordt stilgestaan bij de impact die de revoltes van 1968 hadden op Joan Miró.

“Joan Miró. L’escala de l’evasió” kun je nog tot 18 maart 2012 bezoeken van dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 19 uur en op zon- en feestdagen van 10 tot 14u30. Op donderdagavond is het museum extra laat open, namelijk tot 21u30. Kijk voor nog meer informatie even op de website van de Fundació Joan Miró.

maandag 14 november 2011

Palau de la Generalitat

Het Paleis van de Generalitat is de zetel van de Catalaanse regering, in het Catalaans Generalitat de Catalunya genoemd. Het is één van de weinige Europese gebouwen die in de Middeleeuwen werden opgericht om een regering te huisvesten en die nu nog steeds diezelfde functie hebben. Het Palau de la Generalitat staat op de Plaça de Sant Jaume in het oude stadscentrum, recht tegenover het Stadhuis van Barcelona. Het grootste deel van de 127 Catalaanse presidenten totnogtoe hebben van hieruit Catalonië geregeerd, van Berenguer de Cruïlles in 1359 tot Artur Mas i Gavarró sinds 2010.

Palau Generalitat
Het oorspronkelijke gebouw werd in 1400 aangekocht door de toenmalige president Alfonso de Tous. Het stond aan de Carrer de Sant Honorat, een zijstraat van de Plaça de Sant Jaume. De eerste uitbreiding vond plaats in 1416 en werd uitgevoerd door bisschop Marc Safont. In 1596 ontwierp Pere Blai de hoofdgevel aan de kant van de Plaça de Sant Jaume in renaissancestijl zoals we die vandaag de dag nog kunnen zien. Nadien werden nog verscheidene huizen aangekocht en geïntegreerd in het paleis.

In 1289 vormde het Catalaanse parlement een commissie die de belastingen moest innen voor de koning. Dit parlement heette Corts Catalanes en werd sinds 1300 beschouwd als een vertegenwoordiging van de totaliteit oftewel generalitat van Catalonië. In 1359 werd deze belastingscommissie door de Corts formeel aangesteld onder de naam Diputació del General. Ze bestond uit afgevaardigden van drie klassen: de militairen en nobelen, de kerkelijke overheid en de volkse en koninklijke vertegenwoordiging (in feite afgevaardigden van de gilden en burgers onderworpen aan het gezag van de koning).

Aan het begin van de vijftiende eeuw verving deze Diputació del General, of Generalitat, tot op zekere hoogte de koning door middel van het uitvoeren van beslissingen van het Catalaanse parlement. In deze periode werd het oudste deel van de huidige Palau de la Generalitat ingericht als zetel voor die Generalitat.

Eeuwen later, aan het begin van de achttiende eeuw, vocht koning Filips V van Spanje tegen Catalonië omdat deze regio besloten had om in het conflict naar aanleiding van de opvolging van de Spaanse troon te kiezen voor aartshertog Karel VI van Oostenrijk. Dit conflict staat bekend onder de naam Spaanse Successieoorlog. Het conflict eindigde op 11 september 1714 toen Barcelona in de handen viel van de troepen van Filips V. Op dat moment werden de Generalitat en de Corts Catalanes, dus zowel de Catalaanse regering als het parlement afgeschaft.

Pas in de twintigste eeuw werd de Generalitat opnieuw geïnstalleerd, met name na een overweldigende overwinning van Francesc Macià tijdens de verkiezingen van 1931. Hij kwam overeen met de Spaanse centrale regering om de Generalitat in haar functie te herstellen en werd er tussen 1931 en 1933 de president van. Macià schafte de vier Provinciale Raden af en het Palau werd opnieuw de zetel van de Generalitat. Het onafhankelijkheidsstatuut van 1932 schonk aan Catalonië opnieuw een eigen parlement, een zelfstandig justitiesysteem en een eigen politiemacht.

In 1934 vervolledigde president Lluís Companys de autonome politieke macht door de provinciale Civiele Gouverneurs af te schaffen, een functie die door de regering in Madrid was gecreëerd in de negentiende eeuw.

Na de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) ging de Generalitat in ballingschap. Dictator Franco’s regime herhaalde de repressie zoals die tijdens het bewind van koning Filips V had plaatsgevonden. De Generalitat werd opnieuw afgeschaft en de president, Lluís Companys, werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd in het kasteel van Montjuïc in 1940.

Na het overlijden van Companys nam Josep Irla het presidentschap over van de Generalitat in ballingschap totdat in 1954 Josep Tarradellas op zijn beurt hem opvolgde. Tijdens het regime van Franco werd het centralisme opnieuw ingesteld in de hoedanigheid van de Civiele Gouverneurs en de Provinciale Raden. In het Palau werd de Diputación de Barcelona ondergebracht.

Halverwege de jaren 70 werd in Spanje de democratie hersteld. Na de daaropvolgende eerste Spaanse algemene verkiezingen werd het Palau opnieuw de zetel van de Generalitat. De Generalitat werd gerestaureerd op 29 september 1977, nog vóór het goedkeuren van de nieuwe Spaanse grondwet van 1978. Een nieuw statuut voor Catalonië werd ingevoerd in december 1979 en in 1980 werd het Catalaanse parlement verkozen. Door de aanstelling van de voorzitter van het parlement en de president van de Generalitat werd de eerste Catalaanse regering gevormd onder het nieuwe statuut.

Tot slot wil ik nog vermelden dat het Palau de la Generalitat vrij toegankelijk is voor het grote publiek op de volgende dagen: 23 april (feestdag van Sant Jordi, patroonheilige van Catalonië), 11 september (La Diada, nationale feestdag van Catalonië) en 24 september (feestdag van La Mercè, patroonheilige van de stad Barcelona).